Een motorroute door de Eifel is voor veel rijders een van de beste ritjes die je in Europa kunt maken. De regio, die zich uitstrekt over het westen van Duitsland en een deel van België, biedt kronkelende landwegen, nauwelijks verkeer en een afwisseling van bossen, hoogvlaktes en kleine dorpjes die je nergens anders zo combineert. Of je nu vertrekt vanuit Nederland, België of Duitsland: de Eifel is binnen rijafstand en levert meteen rijplezier op.
Waarom de Eifel zo geliefd is bij motorrijders
De Eifel heeft geen rechte wegen. Het gebied is gevuld met langgerekte bochten, smalle doorgaande routes en af en toe een steil stuk omhoog of omlaag. Het wegdek is in het algemeen goed onderhouden, wat prettig rijdt in vergelijking met sommige andere Europese regio’s. Bovendien is het er buiten het hoogseizoen (ruwweg april tot en met oktober) rustig: geen drukke snelwegen, geen stoplichten om de hoek.
Wat de Eifel ook aantrekkelijk maakt, is het gevarieerde landschap. Rij je ’s ochtends door een mistig dennenbos, dan kom je ’s middags uit op een open vulkaanplateau of langs een van de meren, de zogenoemde Maare. Dat zijn kratermeertjes ontstaan door oude vulkanische activiteit, en ze zorgen voor een bijna dramatisch uitzicht vanop de motorfiets.
Motorroute Eifel: een klassieke lus vanuit de Nürburgring
De Nürburgring is het logische startpunt voor een motorroute door de Eifel. Vanuit hier rijd je de regio in op kleine Landesstraßen (L-wegen) en Kreisstraßen (K-wegen), die het meeste rijplezier geven. Een populaire lus gaat via Adenau naar Kelberg, dan richting Daun (het centrum van het Maargebied), vervolgens langs Gerolstein en terug via de Nohner Mühle of via Blankenheim.
Deze rondrit van ruwweg 120 tot 150 kilometer duurt met stops en een rustig tempo zo’n drie tot vier uur. Wie liever langer rijdt, breidt de route uit richting Prüm of Bitburg in de zuidelijke Eifel. Daar wordt het landschap iets vlakker, maar de wegen blijven aangenaam leeg en bochtig.
De Belgische Eifel: Ardennen aan de westkant
De Eifel loopt naadloos over in de Belgische Ardennen. Vanuit de Duitse Eifel rij je via Prüm of Sankt Vith de grens over en je merkt het nauwelijks. De wegen hebben een ander nummersysteem, maar het karakter is hetzelfde: heuvelachtig, groen en weinig drukte. Plaatsen als Spa, Stavelot en La Roche-en-Ardenne zijn goed bereikbaar en bieden mooie stopplaatsen voor koffie of een lunch.
Combineer je een dag in Duitsland met een dag in België, dan heb je een weekendroute die veel motorrijders jaar na jaar herhalen. De overgang bij Sint-Vith of Manderfeld werkt prima als schakelpunt tussen de twee gebieden.
Praktische tips voor je rit door de Eifel
- Tankstations: In kleine Eifel-dorpen zijn tankstations soms ver uit elkaar. Tank bij Gerolstein, Daun, Prüm of Adenau, zodat je niet halverwege een lege tank hebt op een afgelegen weg.
- Seizoen: De beste periode is mei tot september. In de vroege lente kan het in de Eifel nog glibberen door natblad en late vorst, zeker op de hogere stukken boven de 600 meter.
- Weer: Het Eifel-klimaat is grilliger dan aan de Rijn. Neem altijd regenkleding mee, ook als de ochtend zonnig begint.
- Snelheid: Buiten de bebouwde kom geldt in Duitsland 100 km/u op tweebaanswegen. Binnen de bebouwde kom 50 km/u. Flitsers zijn er wel degelijk, ook op landwegen.
- Nürburgring Nordschleife: Je kunt de Nordschleife als motorrijder rijden tijdens Touristenfahrten (vrije rijtijden). Controleer het schema vooraf via de officiële Nürburgring-website; de tijden en prijzen wisselen per seizoen.
Eten en overnachten langs de motorroute
De Eifel is geen toeristenregio vol dure hotels. Dat is juist fijn: er zijn veel kleine Gasthöfe en pensions waar je voor een redelijk bedrag goed eet en slaapt. Plaatsen als Daun, Gerolstein en Adenau hebben voldoende keuze. Wie zijn motor veilig wil stallen, vraagt bij het inchecken naar een garageplek of afgesloten binnenplaats; dat wordt in veel pensions gewoon aangeboden.
Voor eten geldt: zoek naar een Gasthaus met een bordmenu. Regionale gerechten zoals Spießbraten (geroosterd vlees) of Reibekuchen (aardappelpannenkoeken) zijn eenvoudig, vullend en passen perfect bij een dag op de motor.
Veelgestelde vragen over een motorroute in de Eifel
Is de Eifel geschikt voor beginners?
Ja, mits je de drukste wegen vermijdt. De landwegen hebben geen extreme haarspeldbochten zoals in de Alpen. Het tempo ligt lager, de bochten zijn ruimer en het verkeer is beperkt. Dat maakt de Eifel ook voor minder ervaren motorrijders een prettige keuze.
Hoe kom ik vanuit Nederland het snelst in de Eifel?
Vanuit het zuiden van Nederland (Maastricht, Venlo) rij je via de A61 richting Koblenz of via de Belgische E40 naar Sint-Vith. Vanuit de Randstad is Adenau ruwweg 2,5 tot 3 uur rijden. De Eifel is daarmee een van de dichtstbijzijnde echt mooie motorgebieden voor Nederlandse rijders.
Zijn er tolwegen in de Eifel?
Op de gewone landwegen in de Eifel betaal je geen tol. Als je de Nürburgring Nordschleife wil rijden tijdens vrije rijtijden, betaal je toegang per ronde. De snelwegen (Autobahn) in Duitsland zijn voor motorfietsen gratis.
De Eifel is compact genoeg voor een lang weekend en gevarieerd genoeg om er meerdere keren naartoe te gaan zonder dezelfde rit te rijden. Wie eenmaal de L-wegen tussen Daun en Gerolstein heeft gereden, begrijpt waarom motorrijders uit heel Europa hier steeds weer terugkeren.



